Kwien

Het leek Trix wel leuk om kwiensday eens in Zeeland te vieren. Leuk? Voor wie dan? Voor de ringstekers en koekhappers misschien, maar zéker niet voor onze armlastige provincie.
Even een klein sommetje: De Monarchie kost jaarlijks met haar hele hebben en houwen zo’n vijfhonderd miljoen euro. Pin me er niet op vast; het kan ook best wat meer wezen, maar een half miljard rekent lekker makkelijk. Ik heb al een poosje niet meer geteld, maar de laatste keer waren we met z’n zestien miljoenen. Daaruit volgt dat iedere Nederlander jaarlijks €31,25 betaalt om die vorstelijke poppekast overeind te houden. Met grote tegenzin doet de Zunige Zeeuw eveneens z’n duit in ‘t zakje, maar ik kan u verzekeren dat de weerstand groeit, en terecht. Want wat blijkt? Deze kwiensday wordt de duurste ooit! Dat hebben we te danken aan ene Karst T. en zijn zwarte Suzuki (en ziel van dezelfde kleur). Vanwege alle benodigde beveiligingsmaatregelen gaat deze oubollige traditie dit jaar maar liefst 400.000 euro kosten. Vierhonderdduizend euro! Voor een beetje wuiven naar de menigte. En als ze nou nog járig was op die dag, maar nee hoor, ze wil gewoon twee keer per jaar kado’s krijgen; of ze nog niet genoeg zelfgebreide borstrokken van haar onderdanen heeft gekregen.
Nou, eerlijk gezegd heb ikzelf wel een aardig presentje in gedachten: ik zou d’r weleens een poepie willen laten ruiken, maar ja…, hoe kom ik bij d’r in de buurt? M’n rode Twingo waag ik er niet aan. Nee, ik gooi wel een stinkbommetje naar m’n teevee.

Bea

23 January 2010
By on 20:38
Poe

‘Hond’ is symbool voor mensenvriend
Maar is die titel wel verdiend?
Want, ga maar na: als eigenaar
ben je met zo’n dier móói klaar!
Dat wil dus zeggen: never nooit!
Ja…, als je een bal weggooit
hoef je er zelf niet achteraan
Dat wordt door Fikkie dan gedaan
Maar daarmee houdt zijn nut wel op
Voortdurend lèkt hij. Uit zijn kop
Zijn lichaamsgeuren zijn berucht
Geen wonder dat visite vlucht
Tenslotte nog (het móét genoemd)
de hond is tamelijk beroemd
om zijn stoelgang. Man, man, man
Wat zo’n beestje schijten kan!
Driemaal daags maant hij tot spoed
omdat ‘ie weer zonodig moet
Het baasje zucht, daar gaan we weer
Had dan ook nágedacht, meneer!
Hiermee nader ik mijn punt:
als je niet zonder huisdier kunt
verschaf jezelf dan liever Poe
Wat ‘s dàt nou weer, denkt u. Nou moe…
Dat zal ‘k verklaren, in het kort
voordat u ongeduldig wordt
Vrienden van ons, gesteld op katten
hèbben zo’n dier. Niet te bevàtten
(tenzij u dit volledig leest)
‘t Is namelijk een poezebeest
met een gebrek: het mist zijn staart
Is dat niet het vermelden waard?
Dus zie de afbeelding hieronder:
dáár is het lieve dier. Mèt zonder…

Bolletje

24 December 2009
By on 16:34
Niveau

Onlangs vond hier te lande een voorheen nog niet bestaande contest plaats: de Miss Verstand-verkiezing. De opgaven waren bepaald niet misselijk; de deelneemsters wel. Drie van de vijf finalistes kotsten over de jurytafel, de overige twee deden het in hun broekje. Niet dat kotsen natuurlijk, maar dat begreep u hopelijk wel.
Maar die opgaven; oei, oei! Wat hadden ze het er moeilijk mee. Begrijpelijk, want het was ook niet gemakkelijk; zo moesten ze uitrekenen hoeveel 173 + 65 opleverde en er was slechts één schoonheid die een beetje in de buurt van het goede antwoord kwam, nl. ongevir 300. Zó stond het letterlijk op haar formuliertje: ‘ongevir 300′. Nou ja, dat kwam natuurlijk door de zenuwen; het arme kind was vergeten haar Ritalin-pilletje in te nemen. Toch was het niet onverdienstelijk van d’r, want ze maakte bij haar berekening dankbaar gebruik van de methode ‘realistisch rekenen’, welke tegenwoordig op elke basisschool wordt gebruikt.
De tweede vraag: ‘wat is de afstand Amsterdam-Rotterdam’ bleek voor àlle deelneemsters te moeilijk. De antwoorden liepen uiteen van: 18 tot 1496 kilometer, maar het juiste zat er niet bij. Het dichtstbij kwam het derde leeghoofdje met 140 km, waarmee ze uiteindelijk verloor van het rekenwonder, want méér vragen waren er niet.
En dat was géén misverstand.

Miss

17 October 2009
By on 13:41
Phlomis (plant)

Een maand of twee terug, toen ik nog aan het bekomen was van m’n glas-in-lood avonturen, kwam het idee bij me op om es wat met de Tiffany-techniek te gaan klooien. Tja, maar wat? Ik had nog geen benul.
Toen viel mijn oog op een plant in onze tuin met een karakteristieke vorm. Ik vroeg mijn echtgenote naar de naam van die vegetatie en die verstrekte ze mij prompt zonder eerst de boeken te raadplegen. (Knap vind ik dat; zonder dat ze een studie plantkunde heeft gedaan herkent ze moeiteloos honderden verschillende soorten kruid en onkruid).
Ze noemde dus de naam en ik verstond ‘Flomus’. En daarmee had ik dus al een naam èn een motief. Maar daarmee was ik er nog bij lange na niet want het ontbrak mij geheel aan de broodnodige kennis. Na enig speurwerk op internet (wie kan nog zònder!) werd ik al een stuk wijzer. Ik vond twee titels van boekjes die ik tegen redelijke prijzen heb kunnen kopen en dat hielp me goed op weg. De aanschaf van materialen en gereedschappen deed nog wel even een beetje zeer, maar ach, daar stond tegenover dat ik voorlopig niet veel tijd over had om achter de geraniums weg te kwijnen. Inmiddels wist ik ook dat de eerder genoemde plant ‘Phlomis’ heet, maar dat maakte voor de vervaardiging verder niks uit, dus ik kon aan de slag.
En gisteren, na bijna twee maanden, was ie klaar. Hij is verre van volmaakt, ik heb veel fouten gemaakt, maar ik ben er toch groos op.
Dus, mijne dames en heren, hierbij presenteer ik u met vreugde en voldoening: de Phlomis Tiffany Lampekap! Zowel aan als uit.

100_0032

100_0035

3 October 2009
By on 11:45
Ding

Niemand werkt tegenwoordig nog gewoon; nee, ieder doet zijn ding. Tenminste, dat hoor ik voortdurend om me heen: ‘nou, ik doe gewoon mijn ding, láát me nou maar.’
Ook hobby’s en andere vrijetijdswerkzaamheden worden vandaag de dag op die wijze aangeduid.
Zelfs op de kleuterschool leert het grut van de de juf:

Driemaal drie is ne-egen, ieder doet z’n eigen ding
Driemaal drie is ne-egen, Sjonnie doet zijn ding

Wat Sjonnie dan precies gaat doen is mij niet geheel duidelijk; misschien controleert ie of zijn ding(etje) er nog is. Iets dat ik op zijn leeftijd ook met grote regelmaat deed.
(Maar dit terzijde)

Ik weiger er aan mee te doen, aan ding. Ik klooi liever. Mensen die ding doen wantrouw ik; gebruiken ze wel afdoende beschermende middelen, wassen ze na afloop hun handen wel grondig? Nou ja, het gaat wel weer over, hoop ik.
‘t Is een tijdelijk verschijnsel, zeg maar…

Ikgaeendingdoenvandaag_2

29 September 2009
By on 12:45
Joh, krijg de..!

Het kan flink uit de hand lopen: ruzies. Wanneer alle redelijke argumenten tot vervelens toe zijn herhaald en de tegenpartij nog steeds geen duimbreed heeft toegegeven, is het kookpunt nabij. En hou je dàn maar vast; de vreselijkste ziektes komen één voor één voorbij. Eigenlijk alleen maar uit pure machteloosheid, maar toch…
Ooit heb ik eens iemand tegen zijn opponent horen roepen: “Krijg toch de rotpestpokketeringtyphus, pleurislijer!” Het klonk alsof de scheldende partij elk moment in snikken kon uitbarsten, zielig eigenlijk. En dat terwijl de verwenste aandoeningen in onze westerse samenleving al decennialang helemaal niet meer voorkomen!
Al vlak na de geboorte wordt elke nieuwe spruit ingeënt met een slap aftreksel van de ziekteverwekkers, waardoor de wereldburger levenslang beschermd is tegen alle hierboven geciteerde kwalen. Een ander argument tegen de genoemde scheldkanonnade is van geheel andere orde: het is zo weinig creatief. Tegenwoordig bestaan er veel engere ziektes welke je iemand zou kunnen toewensen. U weet vast wel waar ik op doel. Niet dat ik dat wil propageren, verre van dat, zeg! Maar ik vraag me af waarom je meteen één of meer dodelijke aandoeningen te berde moet brengen. Kun je niet beginnen met een verzwikte enkel of zo? Of bijvoorbeeld een strontje in het oog? Da’s hartstikke hinderlijk maar je gaat er niet aan dood. Als de ruzie wat hoger oploopt kun je iemand jeuk toewensen, dat lijkt misschien mild, maar – en nu spreek ik uit ervaring – dat is eigenlijk héél erg. Nee, doe toch maar niet. Maak er maar obstipatie van, da’s óók erg, maar daar bestaat tenminste een medicatie voor. Dat is een heel smerig drankje, waarvan je drie keer per dag een paar slokjes moet nemen en waar je dan heel misselijk van wordt.
Conclusie: als je bijna niet meer uit je woorden kan komen van woede, roep dan: “Ik wens je no shit!”
Zo, daar kan die rotpestpokketepleuristeringtyphuslijer het mee doen!

Poepdoos

7 September 2009
By on 19:47
Hmmm, kaassie..!

Alle poezen en katers bij ons in de buurt gebruiken onze tuin als overpad naar de boogerd. (Om misverstanden te voorkomen: niet ònze boogerd, maar die van de kweker, wiens land aan onze gaarde grenst. ‘t Is maar dat u het weet).
Waar was ik.., o ja, katten; de schrik van elk vogeltje. Vanmorgen strooide ik wat fijngesneden kaas in het voederhuisje, achter in de tuin; daar zijn ze gek op, de pietjes dus. Met name kauwen vinden dat een delicatesse. Dat voederhuisje staat op een houten paal, op 1.80 meter boven de grond, zodat ‘t voor het kattenvolkje onbereikbaar is. Dacht ik. Dacht mijn vrouw ook. Wisten wij veel…

Daar kwam een katertje aangeslopen, zó in Joho’s vogelvoederhuisje gekropen!

100_0023

5 August 2009
By on 16:28
What’s in a name..?

Simon Vinkenoog is dus dood; tja, voor een blower is ‘ie nog knap oud geworden. Op een paar dagen na éénentachtig! Dat moet ik nog maar zien te halen; ik heb zo m’n twijfels. Maar goed, we zien wel…
Over Simon heb ik eigenlijk verder niks mede te delen, daarvoor weet ik te weinig van hem en z’n werk, maar er viel me iets op nadat ik z’n naam voor de tweehonderddertiende keer had horen noemen op z’n sterfdag: Vinkenoog. Moet je eens een paar keer achterelkaar hardop zeggen: Vinkenoog, Vinkenoog, Vinkenoog… Merkwaardige naam, vind je niet? Vinkenoog, Het oog(je) van een vogeltje, een vink in dit geval, dat tot achternaam van een mens is gepromoveerd. Dat bracht me op een idee. Of liever gezegd, een reeks varianten op een thema:
• Anton Luizepoot
• Hendrik Kattesnor
• Bertus Hondestaarthaar
• Hugo Schaamluisschild
• Gerrit Tekesteekzuigbuis
• José Baardmijtvoelspriet
• Annie Roodborstjesdons
• Hannes Walvisvin
• Robin Mosselbaard
• Pieter Honingbijensteek
• George Bladluiskleef
• Karel Driftkikkerdril

Ach, ‘t is maar een idee…

Whatsinaname

13 July 2009
By on 09:04
Nou alwéér glas-in-lood?

Ja, sorry hoor. Kan ik ‘t helpen dat ik eraan verslaafd ben geraakt?
Maar het had niet veel gescheeld of u had een tijdje niks meer van me vernomen; ik heb deze week maar liefst twee keer in het ziekenhuis gelegen. Het begon vorige week vrijdagmiddag. M’n harretje geraakte opeens uit het gareel. Dat gebeurt me af en toe; ik heb sinds een jaar of dertig met enige (on)regelmaat last van hartritme-stoornissen. Daar slik ik (preventief) elke dag twee Tambocor pilletjes voor (tegen), en dat helpt. Maar niet altijd. Goed, die vrijdag begon het gesodemieter weer eens en ik begaf mij te bedde nadat ik twee extra tabletjes had geslikt. En verdomd, dat hielp! Na anderhalf uur was ik weer het ventje. Overigens is dat kantelmoment van aritmisch naar normaal altijd een nare sensatie; alsof je een paar seconden dood bent, zo voelt dat. Maar goed, ik heb me de rest van de dag wat rustig gehouden, maar ik voelde me oké. Totdat… een paar dagen later, maandagnacht om precies te zijn, het verschijnsel opnieuw optrad. Verdomme! Afijn, ik haalde weer twee pilletjes uit m’n ruime voorraad en probeerde weer in slaap te komen, in de hoop dat de situatie ‘s morgens weer normaal zou zijn; niet dus..! (Weet u tussen haakjes hoe dat voelt? Hartrime-stoornis? Dat voelt alsof er een stervende vogel in je borstkas fladdert; héél onaangenaam). Waar was ik, oh ja, kweetweer. Er zat niks anders op dan me te melden bij de EHBO van het Oosterschelde ziekenhuis. Na de verplichte voorbereidingen (bloed afnemen, hart-longen foto, infuus aanbrengen) werd ik in een superdeluxe sponde naar de afdeling hartbewaking getransporteerd. Aldaar werd een motorisch aangedreven spuit, gevuld met vloeibare Tambocor, aangesloten aan m’n linkerarm. Nog geen kwartier later had ik weer zo’n bijna-dood-ervaring, hetgeen aangaf dat m’n harretje gehoorzaamd had aan de opdracht netjes in het gareel te pompen. Twee uur later mocht ik weg. Godzijdank. Dinsdag voelde ik me prima, nog een beetje moe maar niks verontrustends.
Totdat ik in de nacht van dinsdag op woensdag om vier uur werd getrakteerd op alwéér een aanval; om gèk van te worden. (Dit wordt wel een lang verhaal, hè. Ik ga d’r nu wat sneller doorheen). Ditkeer kwam ik terecht op Intensive Care, omdat Hartbewaking vol was. Omdat ik thuis al heel veel Tambocor had geslikt, vond de cardioloog het niet raadzaam de behandeling van maandag te herhalen; in plaats daarvan kreeg ik een electroshock onder narcose. Dat hielp in één keer, in tegenstelling tot een vroegere ervaring. Wat wèl eender was, was de tijdsduur van de verkoevering; twee saaie uren. Maar ja, protocol is protocol. Néé, ik ben niet ondankbaar! Integendeel, alle lof voor de dames en heren der medische staf van het hospitaal.
Door al dat gelazer kwam ik nauwelijks toe aan m’n bezigheidstherapie: het rondje-reepje-loodje. Maar vandaag kan ik u dan toch met gepaste trots een nieuwe loot (leuk hè?) presenteren: komt ‘ie…

Imag0016_3

Eerder toonde ik u m’n voordeur; hier is het bovenlicht daarvan afgebeeld. Ik ben nog steeds geen volleerd meester in het solderen, maar ik maak vorderingen. Dat wilde ik u even laten weten.

Groet van Joho

25 June 2009
By on 19:04
Zeg maar

Wanneer ik lekker aan het knutselen ben in m’n werkhoekje van de garage, heb ik altijd de radio aan. Niet voor de muziek, maar vanwege het gesproken woord. Radio één is daar uitermate geschikt voor; mijn god, daar wordt wat afgeluld! Teveel om op te noemen: interviews met mensen uit alle lagen van de bevolking, van pompbediende tot psychotherapeut; van toiletmevrouw tot tv-sterretje. Allemaal met meningen en standpunten die over het algemeen nergens op slaan. Héél geinig dus.
Maar nou het wonderlijke; bijna allemaal lijden ze aan een besmettelijke ziekte: het stopwoordjessyndroom zeg maar. Van de week was een deskundoloog bezig uitleg te geven over een zeer belangwekkend onderwerp, waarvan de strekking mij geheel is ontgaan omdat de goede man na elke zeven woorden ‘ik bedoel’ zei.
Een paar jaar geleden was ‘weetjewel’ nogal in zwang; dat kon ik nog waarderen omdat de spreker er dan naar mijn idee vanuit ging dat ik tenminste over enige voorkennis beschikte. Je hoort dat tegenwoordig niet veel meer; ik bedoel ‘ik bedoel’.
Daarvoor in de plaats is zeg maar ‘zeg maar’ gekomen. Sommigen passen het zeg maar toe in vrijwel elke uitgesproken zin. Ik bedoel, zeg maar, bij wijze van spreken als komma, zeg maar.
Dat doet me denken aan een barkeeper uit mijn vorig bestaan; die man vertelde met graagte van zijn erotische avontuurtjes over zijn vorig bestaan als barman aan boord van een groot cruiseschip. Die geschiedenissen doorspekte hij met grote regelmaat met het gezegde ‘bij wijze van spreken’, maar dan afgekort tot ‘bij wijze vàn’.
Ach, eigenlijk is er bij wijze van, zeg maar, niks nieuws onder de zon.
Weetjewel?

Ikbedoel

19 June 2009
By on 20:09